Art. 4.3 Aanvullingswet grondeigendom Omgevingswet, (geldingsduur gelijkgestelde voorkeursrechten op basis van een bestemmingsplan of inpassingsplan)

Aanvullingswet grondeigendom Omgevingswet

Als op het moment van inwerkingtreding van de Omgevingswet vijf jaar of meer zijn verstreken nadat een voorkeursrecht, gevestigd op grond van artikel 2 in samenhang met artikel 3, eerste lid, van de Wet voorkeursrecht gemeenten respectievelijk artikel 9a, eerste lid, eerste zin, in samenhang met artikel 3, eerste lid, van die wet is ingegaan, vervalt het voorkeursrecht van rechtswege als tien jaar zijn verstreken na de inwerkingtreding van het bestemmingsplan respectievelijk het inpassingsplan waarop het voorkeursrecht is gebaseerd.