Rb. Zutphen 6 november 2009, ECLI:NL:RBZUT:2009:BK3048
Uit het raadsbesluit kan niet eenduidig worden opgemaakt of perceel O 542 geheel of gedeeltelijk is aangewezen en ook raadpleging van de openbare registers verschaft die duidelijkheid niet. Daarom moet geoordeeld worden dat het besluit van 26 mei 2008 niet (mede) strekt tot aanwijzing van het perceel O 542 of enig gedeelte daarvan. De gemeente kan dan ook niet voor wat dit perceel betreft met een beroep op artikel 26 Wvg de nietigheid inroepen van rechtshandelingen die zijn verricht met de kennelijke strekking afbreuk te doen aan haar in de Wvg geregelde voorkeurspositie. De koopovereenkomst met betrekking tot het aangewezen deel van perceel O 544 zal nietig verklaard worden. Ten aanzien van de overige rechtshandelingen waar de gemeente vernietiging van verzoekt geldt dat niet (voldoende) is komen vast te staan dat deze zijn verricht. Volgt afwijzing van de vordering van de gemeente om overige overeenkomsten dan wel rechtshandelingen die de kennelijke strekking hebben afbreuk te doen aan het gemeentelijk voorkeursrecht, nietig te verklaren op de voet van artikel 26 Wvg. Ook zullen verweerders niet gelast worden om op de voet van artikel 22 Rv informatie en bescheiden te verstrekken omtrent die overige overeenkomsten dan wel rechtshandelingen.
De uitspraak op rechtspraak.nl