ABRvS 13 mei 2026, ECLI:NL:RVS:2026:2761
Bij besluit van 6 april 2021 hebben gedeputeerde staten van Groningen een voorlopig voorkeursrecht gevestigd op verschillende percelen in de Oostpolder. Bij besluit van 30 juni 2021 hebben provinciale staten dit voorlopig voorkeursrecht bestendigd. De provincie Groningen en de gemeente Het Hogeland willen de Eemshaven uitbreiden door een bedrijven- en industrieterrein te ontwikkelen in de Oostpolder, gelegen ten zuiden van de Eemshaven. In de Omgevingsvisie provincie Groningen 2019-2020 is vastgelegd dat de Eemshaven zal worden ontwikkeld als topgebied voor (duurzame) energie, chemische industrie en datacenters. De provincie wil de regionale economie versterken en de industrie vergroenen. Met het oog op deze ontwikkelingen hebben provinciale staten het voorkeursrecht op verschillende gronden in de Oostpolder gevestigd. De rechtbank heeft geoordeeld dat provinciale staten bevoegd waren het voorkeursrecht te vestigen. Het was niet nodig voor provinciale staten om op perceelniveau aan te geven welke bestemming zou worden toegekend. Van belang is dat de toekomstige bestemming van de aangewezen gronden als geheel afwijkt van het huidige gebruik.
De uitspraak op rechtspraak.nl