Rb. Oost-Brabant 20 mei 2022, ECLI:NL:RBOBR:2022:2011

Vestiging voorkeursrecht voor kleinschalig windpark in zoekgebied voor grootschalige energieopwekking. Verweerder heeft vooruitlopend op geen bestemmingsplan op grond van artikel 5 Wvg een voorkeursrecht gevestigd op alle percelen in het zoekgebied. Verweerder heeft de keuze voor de omvang van het gebied waarvoor het voorkeursrecht geldt gemotiveerd uiteengezet. Hij heeft dit standpunt kunnen innemen. Bij de vestiging van een voorkeursrecht vóór het begin van de bestemmingsplanprocedure hoort dat alleen een globaal beeld bestaat van de beoogde bestemming. Het uiteindelijke grondgebruik hoeft nog niet op perceelsniveau vast te staan. Voor alle percelen in het gebied doet zich een risico voor van verlies van regie en prijsopdrijving. Verweerder mocht dan ook alle percelen in het gebied aanwijzen. De rechtbank beoordeelt in deze procedure niet of de beoogde bestemming in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening of voldoet aan milieunormen. Dat komt aan de orde bij de vaststelling van een bestemmingsplan of de verlening van een omgevingsvergunning. De bevoegdheid tot vestiging van het voorkeursrecht is bedoeld om regie te behouden en prijsopdrijving te voorkomen. Deze bevoegdheid kan in redelijkheid niet worden uitgeoefend als op voorhand duidelijk is dat de beoogde bestemming niet gerealiseerd zal worden. Dat is hier niet het geval. Er is geen sprake van evidente belemmeringen om ter plaatse een kleinschalig windpark te vestigen. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken