Art. 10b Vpb, Algemene artikelen inzake bepaling van de winst
Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (Vpb)
Indien de belastingplichtige van een lichaam waarmee hij is gelieerd in de zin van artikel 8b een geldlening heeft verkregen welke geen vaste aflossingsdatum heeft of een aflossingsdatum die meer dan 10 jaar is gelegen na het tijdstip van het aangaan daarvan, terwijl rechtens dan wel in feite geen vergoeding op die lening is overeengekomen of een vergoeding die in belangrijke mate lager is dan hetgeen in het economische verkeer door onafhankelijke partijen zou zijn overeengekomen, komen bij het bepalen van de winst vergoedingen op die lening en waardemutaties van die lening niet in aftrek. Bij verschuiving van de aflossingsdatum naar een later tijdstip wordt voor de toepassing van de eerste volzin de geldlening geacht vanaf het tijdstip van totstandkoming die nieuwe aflossingsdatum te hebben gehad.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- Hof Amsterdam 18 april 2019, ECLI:NL:GHAMS:2019:1504
- Rb. Noord-Holland 16 november 2018, ECLI:NL:RBNHO:2018:9865
- Rb. 's-Gravenhage 31 juli 2009, ECLI:NL:RBSGR:2009:BJ8172
- Rb. Noord-Holland 1 december 2017, ECLI:NL:RBNHO:2017:11359
- Rb. Zeeland-West-Brabant 9 februari 2026, ECLI:NL:RBZWB:2026:969
- Rb. Noord-Holland 9 oktober 2019, ECLI:NL:RBNHO:2019:8272
- Conclusie A-G VAN BALLEGOOIJEN 20 mei 2005, ECLI:NL:PHR:2005:AT5898
- Hof Arnhem-Leeuwarden 31 mei 2016, ECLI:NL:GHARL:2016:4336
- Hof Amsterdam 8 juni 2021, ECLI:NL:GHAMS:2021:1664