Rb. Noord-Holland 16 november 2018, ECLI:NL:RBNHO:2018:9865
In geschil is of de rente op een aandeelhouderslening aftrekbaar is van de fiscale winst van eiseres. De rechtbank is van oordeel dat civielrechtelijk sprake is van een geldlening. Verweerder heeft niet aannemelijk gemaakt dat sprake is van een schijnlening. De rechtbank is wel van oordeel dat sprake is van een deelnemerschapslening, omdat de aandeelhouderslening niet los kan worden gezien van de opgezette financieringsstructuur, de verschuldigdheid van de overeengekomen rente afhankelijk is van de winst, de looptijd van de aandeelhouderslening geen zelfstandige betekenis heeft en de aandeelhouderslening achtergesteld is ten opzichte van alle andere crediteuren.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- HR 5 januari 2018, ECLI:NL:HR:2018:2
- HR 25 november 2011, ECLI:NL:HR:2011:BN3442
- HR 8 september 2006, ECLI:NL:HR:2006:AV2327
- HR 25 november 2005, ECLI:NL:HR:2005:AT5958
- HR 17 februari 1999, ECLI:NL:HR:1999:AA2655
- HR 11 maart 1998, ECLI:NL:HR:1998:AA2453
- HR 27 januari 1988, ECLI:NL:HR:1988:ZC3744
- HR 5 juni 1957, ECLI:NL:HR:1957:AY1891
- HE, ECLI:NL:HE:2005:AT5958