Rb. Zeeland-West-Brabant 9 februari 2026, ECLI:NL:RBZWB:2026:969
Belanghebbende is 100% aandeelhouder in A BV en is met A BV gevoegd in een fiscale eenheid voor de Vpb. A BV is de enige beherend vennoot in A CV. In 2017 is A BV ook de enige commanditaire vennoot in A CV geworden. A CV had een rekening-courantschuld aan het tot dezelfde groep als belanghebbende behorende B BV. In het kader van het faillissement van B BV heeft de curator een akte van cessie gesloten met A BV met betrekking tot de rekening-courant, waarbij A BV de vordering heeft overgenomen. Door de overdracht van het commanditaire belang aan A BV is van een samenwerkingsverband geen sprake meer. Als gevolg van de akte van cessie is A BV zowel schuldeiser als schuldenaar geworden ten aanzien van de rekening-courantschuld. Dit brengt mee dat de verbintenis door schuldvermenging teniet is gegaan. De rekening-courantschuld is hierdoor vrijgevallen. Belanghebbende heeft niet aannemelijk gemaakt dat sprake was van een informele kapitaalstorting. Belanghebbende heeft ook niet aannemelijk gemaakt dat sprake was van een onzakelijke lening, bodelozeputlening, deelnemerschapslening of een lening in de zin van artikel 10b van de Wet Vpb. De inspecteur heeft het bij de vrijval van de schuld opkomende voordeel terecht als kwijtscheldingswinst in aanmerking genomen.
De uitspraak op rechtspraak.nl