Rb. Noord-Holland 9 oktober 2019, ECLI:NL:RBNHO:2019:8272
Het geschil spitst zich toe op de vraag of verweerder ten onrechte op grond van artikel 10b van de Wet Vpb renteaftrek heeft geweigerd in verband met een lening. Uit artikel 10b, eerste en tweede volzin, van de Wet Vpb volgt dat de woorden “vaste aflossingsdatum” aldus moeten worden gelezen dat er een concrete (uiterste) datum moet zijn afgesproken. Daarvan is in casu geen sprake, nu – naar eiseres heeft bepleit en verweerder niet heeft bestreden – het moment van de aflossing afhankelijk was van de vervulling van de voorwaarde dat eiseres over voldoende liquiditeiten beschikte. Dit leidt de rechtbank tot de conclusie dat verweerder terecht geen renteaftrek heeft verleend voor de lening.
De uitspraak op rechtspraak.nl