Art. 56b Pachtwet, Het voorkeursrecht van de pachter
1. De verpachter die tot vervreemding van het verpachte of een deel daarvan wil overgaan, is verplicht de pachter bij voorkeur in de gelegenheid te stellen het aan te bieden recht te verkrijgen overeenkomstig de bepalingen van deze paragraaf.
2. De verpachter geeft van zijn voornemen tot vervreemding bij deurwaardersexploot of bij aangetekende brief kennis aan de pachter.
3. De pachter geeft binnen een maand na het uitbrengen van dat exploot of na de verzending van die aangetekende brief, eveneens bij exploot of bij aangetekende brief aan de verpachter te kennen, of hij, indien overeenstemming wordt bereikt over de prijs, bereid is eigenaar of beperkt gerechtigde te worden.
4. Indien de pachter zich niet binnen deze termijn daartoe bereid verklaart, is het bepaalde in het eerste lid gedurende een jaar na afloop van deze termijn niet van toepassing.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- HR 26 januari 2007, ECLI:NL:HR:2007:AZ1084
- ABRvS 18 december 2000, ECLI:NL:RVS:2000:AA9547
- Rb. Haarlem 25 oktober 2006, ECLI:NL:RBHAA:2006:BC2848
- Rb. Haarlem 25 oktober 2006, ECLI:NL:RBHAA:2006:AZ5610
- Rb. Alkmaar 17 september 2008, ECLI:NL:RBALK:2008:BG1433
- Conclusie A-G Wesseling-van Gent 26 januari 2007, ECLI:NL:PHR:2007:AZ1084
- Conclusie A-G Overgaauw 25 november 2005, ECLI:NL:PHR:2005:AU4337
- Hof Leeuwarden 28 februari 2007, ECLI:NL:GHLEE:2007:AZ9682
- Hof Arnhem 29 mei 2007, ECLI:NL:GHARN:2007:BA6047
- Hof Arnhem 13 maart 2007, ECLI:NL:GHARN:2007:BA1411
- Hof Arnhem 10 oktober 2000, ECLI:NL:GHARN:2000:AA8014