Art. 56a Pachtwet, Het voorkeursrecht van de pachter
In deze paragraaf wordt verstaan onder:
a. beperkt recht: het recht van erfpacht, opstal, beklemming of vruchtgebruik;
b. beperkt gerechtigde: de erfpachter, opstalhouder, beklemde meier of vruchtgebruiker;
c. vervreemding: overdracht van eigendom of vestiging of overdracht van een beperkt recht;
d. pachter: de pachter wiens pachtovereenkomst geldt voor ten minste de wettelijke duur dan wel is aangegaan voor een kortere duur, doch nadien voor zes jaren is verlengd en zo nodig is goedgekeurd.