Rb. Haarlem 25 oktober 2006, ECLI:NL:RBHAA:2006:BC2848

Verdeling nalatenschap tussen twee dochters en een zoon van erflater waarin onder meer een hoeve die was verpacht aan de zoon van erflater. Erflater heeft de dochters en de zoon tot erfgenamen benoemd, de zoon voor een gedeelte ter grootte van zijn legitieme portie. Koopovereenkomst in pachtcontract. Gelet op de aard van de overeenkomst en het belang van de pachter bij voortzetting van zijn bedrijf, moet de zinsnede "bij de dood van de langstlevende" in de koopovereenkomst worden begrepen als "ten tijde van het overlijden van de langstlevende", zodat de desbetreffende voorwaarde er in voorzag dat de koopovereenkomst in beginsel alleen dan niet tot stand zou komen als de pachtovereenkomst zou zijn beëindigd voor het overlijden van de langstlevende van de ouders van de zoon. Nu daarvan geen sprake is, is met betrekking tot het verpachte een rechtsgeldige koopovereenkomst tot stand gekomen. De in het eerste testament van erflater vervatte boedelverdeling heeft onder het nieuwe erfrecht rechtsgevolg. Nu de verpachte onroerende zaken op grond van de testamentaire boedelverdeling aan de zoon zijn toegedeeld is de zoon door het overlijden van erflater eigenaar geworden van deze zaken. Aangezien de erfgenamen als gevolg van de boedelverdeling de verplichting tot levering van het verpachte uit de koopovereenkomst niet meer kunnen nakomen, staat het de zoon vrij daarvoor vervangende schadevergoeding te vorderen. Er is echter geen schade omdat er geen verschil is tussen de overeengekomen koopprijs uit de koopovereenkomst en de inbrengverplichting op grond van testament.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen