Art. 11 Pachtwet, Niet schriftelijk vastgelegde en niet ter goedkeuring ingezonden pachtovereenkomsten
1. Zolang een pachtovereenkomst of een overeenkomst tot wijziging of beëindiging van een pachtovereenkomst niet schriftelijk is aangegaan, kan de meest gerede partij de schriftelijke vastlegging daarvan vorderen.
2. De pachtkamer legt de overeenkomst schriftelijk vast, met dien verstande, dat nietige bedingen, zoveel mogelijk overeenkomstig de bedoelingen van partijen, in overeenstemming worden gebracht met de wet.
3. Op de aldus schriftelijk vastgelegde overeenkomst past de grondkamer de artikelen 5 en 6 ambtshalve toe.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- HR 23 juni 2006, ECLI:NL:HR:2006:AX9130
- Hof Arnhem 27 januari 2009, ECLI:NL:GHARN:2009:BH3138
- Rb. Zeeland-West-Brabant 1 april 2014, ECLI:NL:RBZWB:2014:2189
- Rb. Leeuwarden 3 juli 2012, ECLI:NL:RBLEE:2012:BY6192
- Conclusie A-G Huydecoper 29 januari 2010, ECLI:NL:PHR:2010:BK5013
- Hof Arnhem 24 februari 2009, ECLI:NL:GHARN:2009:BJ7354
- Hof Arnhem 24 februari 2009, ECLI:NL:GHARN:2009:BJ7136
- Hof Arnhem 17 maart 2009, ECLI:NL:GHARN:2009:BH9143
- Hof Arnhem 12 juni 2007, ECLI:NL:GHARN:2007:207
- Hof Arnhem 17 mei 2005, ECLI:NL:GHARN:2005:AT6114