Hof Arnhem 24 februari 2009, ECLI:NL:GHARN:2009:BJ7354
BW art. 7:311, 7:312, 7:317, 7:363; Ow nieuw BW art. 68a lid 1; art. II lid 1 Wet van 12 oktober 1995, Stb. 504 “Schriftelijke vastlegging van (wijziging) pachtovereenkomst. Indeplaatsstelling. Overgangsrecht. Verweer tegen vastleggingsvordering dat het beoogde en feitelijke gebruik hobbymatig is. Vastleggingsvordering niet naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar. Het standpunt dat een vordering tot indeplaatsstelling slechts toewijsbaar is ingeval een door de grondkamer goedgekeurde pachtovereenkomst voorhanden is, wordt verworpen. Verweer tegen indeplaatsstellingsvordering dat het gebruik van het perceel van geen enkele dan wel van buitengewoon kleine betekenis is voor de pachter. Hof beveelt verstrekking van inlichtingen over de aard van het gebruik en de betekenis daarvan voor de pachter. Onmiddellijke werking van de nieuwe pachttitel behoudens voor zover vastleggingsvordering de periode tot 1 september 2007 betreft. Art. II lid 1 van de Wet van 12 oktober 1995, Stb. 504, geldt ook voor niet getoetste of niet op schrift gestelde pachtovereenkomsten
De uitspraak op rechtspraak.nl