Hof Arnhem 24 februari 2009, ECLI:NL:GHARN:2009:BJ7136

BW art. 3:303, 3:306, 3:317, 7:317, 7:322, Ow nieuw BW art. 68a lid 1 Schriftelijke vastlegging van pachtovereenkomst. Vordering tot betaling van de pachtprijs. Overgangsrecht. Pachter vordert in conventie schriftelijke vastlegging van pachtovereenkomst met het oog op vordering tot schadevergoeding van hem jegens verpachter. De termijn van verjaring van de vastleggingsvordering van twintig jaar sinds het aangaan van de overeenkomst is nog niet verstreken. Pachter heeft geen belang bij vastleggingsvordering als zijn vordering tot schadevergoeding gedoemd is te mislukken. Hof gelast overlegging brieven met het oog op beantwoording van de vragen of de pachter de verjaring van de schadevergoedingsvordering tijdig heeft gestuit en of de pachter zijn recht op schadevergoeding heeft verwerkt. De vordering van de verpachter in reconventie tot betaling van de pachtprijs is niet toewijsbaar nu geen sprake is van een door de pachtkamer goedgekeurde pachtovereenkomst. Onmiddellijke werking van de nieuwe pachttitel.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen