Rb. Zeeland-West-Brabant 1 april 2014, ECLI:NL:RBZWB:2014:2189

Belanghebbende heeft zijn landbouwonderneming ingebracht in een BV en stelt de gronden tegen een vergoeding ter beschikking aan de BV. Nadat in 2007 een gedeelte van de grond is verkocht wordt een pachtovereenkomst gesloten voor de overgebleven gronden. In geschil is of belanghebbende de gronden mag afwaarderen naar de waarde in verpachte staat. Belanghebbende heeft niet aannemelijk gemaakt dat er sprake is van een vermogensverlies dat voor afwaardering in aanmerking komt. De rechtbank acht gelet op de feiten en omstandigheden niet aannemelijk dat belanghebbende beide pachtovereenkomsten met een willekeurige derde zou hebben gesloten zonder enige compensatie voor het gestelde vermogensverlies. De pachtovereenkomsten vinden hun oorzaak in en worden beheerst door de aandeelhoudersrelatie tussen belanghebbende en de BV zodat het daaruit voortvloeiende verlies niet aftrekbaar is.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken