Art. 555 Sv, Prejudiciële procedure bij de Hoge Raad
Wetboek van Strafvordering (Sv)
1. Nadat de procureur-generaal bij de Hoge Raad conclusie heeft genomen, bepaalt de Hoge Raad de dag waarop hij zal beslissen.
2. De Hoge Raad ziet af van beantwoording indien hij oordeelt dat de vraag zich niet voor beantwoording bij wijze van prejudiciële beslissing leent of de vraag van onvoldoende gewicht is om beantwoording te rechtvaardigen. De Hoge Raad kan zich bij de vermelding van de gronden van zijn beslissing beperken tot dit oordeel.
3. Indien het antwoord op de vraag, nadat deze is gesteld, niet meer nodig is voor de beslissing van de rechter kan de Hoge Raad, indien hem dat geraden voorkomt, de vraag desondanks beantwoorden.
4. De griffier van de Hoge Raad stelt de rechter die de vraag heeft gesteld en de betrokken procespartijen in kennis van de beslissing. De griffier van de Hoge Raad stelt de rechter die de vraag heeft gesteld eveneens in kennis van de conclusie van de procureur-generaal en de in artikel 554, vierde lid, bedoelde opmerkingen.
5. Tenzij het antwoord op de vraag niet meer nodig is om te beslissen, beslist de rechter, nadat hij de betrokken procespartijen in de gelegenheid heeft gesteld zich over de uitspraak van de Hoge Raad een standpunt in te nemen, met inachtneming van deze uitspraak.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- HR 13 juni 2023, ECLI:NL:HR:2023:913
- Conclusie A-G Paridaens 9 mei 2023, ECLI:NL:PHR:2023:477
- Hof Den Haag 23 februari 2023, ECLI:NL:GHDHA:2023:324
- Conclusie A-G Paridaens 9 mei 2023, ECLI:NL:PHR:2023:478
- HR 11 februari 2025, ECLI:NL:HR:2025:204
- HR 25 juni 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD8843
- Conclusie A-G Bleichrodt 12 november 2024, ECLI:NL:PHR:2024:1225
- Conclusie A-G Vellinga 12 juli 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BP2720
- Conclusie A-G Machielse 2 februari 2010, ECLI:NL:PHR:2010:BJ8674
- Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 19 april 2016, ECLI:NL:OGHACMB:2016:51
- HR 24 september 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE2098
- Hof Arnhem-Leeuwarden 18 september 2019, ECLI:NL:GHARL:2019:7915
- Rb. Oost-Brabant 14 december 2022, ECLI:NL:RBOBR:2022:5424
- Rb. Oost-Brabant 15 november 2022, ECLI:NL:RBOBR:2022:5035
- Conclusie A-G Frielink 8 juni 2021, ECLI:NL:PHR:2021:579
- Conclusie A-G Machielse 2 februari 2010, ECLI:NL:PHR:2010:BJ8641
- Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 19 april 2016, ECLI:NL:OGHACMB:2016:197
- Hof Den Haag 12 mei 2023, ECLI:NL:GHDHA:2023:903
- Hof Den Haag 12 mei 2023, ECLI:NL:GHDHA:2023:902
- Hof Arnhem 25 september 2002, ECLI:NL:GHARN:2002:AE8066