Conclusie A-G Vellinga 12 juli 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BP2720

OM-cassatie tegen niet-ontvankelijkverklaring. Afluisteren vertrouwelijke gesprekken tussen advocaat en verdachte. In het licht van de geschetste gang van zaken is het oordeel van het Hof dat door het Openbaar Ministerie “bewust” informatie is onthouden “om welke informatie door het Hof is verzocht” niet begrijpelijk. Uit het feit dat het Openbaar Ministerie zich niet gerechtigd heeft geacht ook niet op de printlijsten vermelde nummers te onderzoeken moet worden afgeleid dat het de opdracht van het Hof zo heeft opgevat dat voor het antwoord op de vraag “of en hoe vaak” gesprekken met een advocaat zijn opgenomen kon worden volstaan met het daartoe onderzoeken van de wel op de printlijsten voorkomende nummers. Daarbij wordt mede in aanmerking genomen dat uit het proces-verbaal van de terechtzitting van 18 februari 2009 niet blijkt dat het Hof het door de Officier van Justitie verrichte onderzoek en het daarvan opgemaakte verslag ontoereikend heeft geoordeeld, noch dat het Hof op die terechtzitting of daarna, al dan niet op verzoek van de raadsman, een nader onderzoek heeft gelast.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen