Conclusie A-G Machielse 2 februari 2010, ECLI:NL:PHR:2010:BJ8674
OM-cassatie. CIE-informant. Casus: de AG bij het Hof heeft meegedeeld dat het OM niet bereid was gevolg te geven aan de door het Hof bevolen oproeping van de CIE-informant, vanwege het gevaar dat diens identiteit bekend zou worden. Het middel richt zich uitsluitend tegen de beslissing van het Hof tot (partiële) n-o van het OM in de vervolging en de aan die beslissing gegeven motivering. In de toelichting op het middel wordt allereerst betoogd dat het t.a.v. CIE-informant niet gaat om een “getuige in de zin der wet of in de zin van art. 6, derde lid sub d, EVRM”. Vzv. die klacht niet reeds afstuit op de omstandigheid dat het middel niet klaagt over de beslissing van het Hof tot oproeping van die getuige, treft het geen doel omdat het, zoals in de conclusie van de AG is uiteengezet, een onjuiste opvatting huldigt omtrent het begrip “getuige”. Het middel klaagt voorts over ‘s Hofs oordeel dat de CIE-informant diende te worden gehoord en niet volstaan kon worden met het horen van de CIE-chef. Het Hof heeft in de motivering van de door hem uitgesproken n-o van het OM in de vervolging zijn beweegredenen herhaald om wel een bevel te geven de CIE-informant op te roepen en de oproeping van de CIE-chef af te wijzen. Dat onderdeel van ‘s Hofs motivering is, ook in het verband van hetgeen het Hof overigens aan de de bedoelde niet-ontvankelijkheid ten grondslag heeft gelegd, niet onbegrijpelijk. De bestreden uitspraak behelst geen opnieuw genomen beslissingen t.a.v. die getuigen. Niet blijkt dat door de AG een hernieuwd verzoek is gedaan tot oproeping van de CIE-chef. Gelet daarop en op hetgeen hiervoor is overwogen, kan in cassatie niet met vrucht worden geklaagd dat geen noodzaak bestond om de CIE-informant te horen en dat de afwijzing van het verzoek van de AG tot het horen van de CIE-chef onbegrijpelijk is. De beslissing tot (partiële) n-o van het OM in de vervolging getuigt niet van van een onjuiste rechtsopvatting terwijl zij ook zonder nadere motivering niet onbegrijpelijk is.
De uitspraak op rechtspraak.nl