Rb. Oost-Brabant 15 november 2022, ECLI:NL:RBOBR:2022:5035

Veroordeling voor: Feit 1: opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2, aanhef en onder C, van de Opiumwet gegeven verbod. Feit 2: om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voor te bereiden of te bevorderen, een ander trachten te bewegen om dat feit te plegen, te doen plegen, mede te plegen, daarbij behulpzaam te zijn, gelegenheid/middelen/inlichtingen verschaffen, zich en/of een ander gelegenheid/middelen/inlichtingen tot het plegen van dat feit trachten te verschaffen en voorwerpen/stoffen/gelden voorhanden hebben, waarvan hij weet of ernstige reden heeft om te vermoeden dat zij bestemd zijn tot het plegen van dat feit. Feit 3: aan zijn schuld brand te wijten zijn, terwijl daardoor gemeen gevaar voor goederen ontstaat. Opgelegd wordt een gevangenisstraf voor de duur van 42 maanden met aftrek van voorarrest. Gebruik van een zogenoemde cryptotelefoon. Verweer bewijsuitsluiting SkyECC-berichten wordt verworpen. Sky-berichten met dezelfde digitale vindplaats leveren geen bewijsprobleem op. Verzoek om heropening van het onderzoek in afwachting van aangekondigde prejudiciele vragen die aan de Hoge Raad zullen worden gesteld in verband met de verkrijging en verwerking van cryptodata wordt afgewezen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken