Art. 558 Sv, Vastleggen en kennisnemen van gegevens na inbeslagneming
Wetboek van Strafvordering (Sv)
In geval een inbeslaggenomen geautomatiseerd werk biometrisch is beveiligd of de gegevens biometrisch zijn versleuteld in de vorm van een vingerafdruk of een opname van de iris of het gezicht, kan de officier van justitie bevelen dat de opsporingsambtenaar deze beveiliging of versleuteling ongedaan maakt. De opsporingsambtenaar kan ter uitvoering van dat bevel tegen de wil van wie redelijkerwijs kan worden vermoed dat hij deze beveiliging of versleuteling ongedaan kan maken, de maatregelen treffen die daartoe redelijkerwijs noodzakelijk zijn.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- Conclusie A-G Bleichrodt 14 juni 2022, ECLI:NL:PHR:2022:566
- Rb. Den Haag 7 mei 2015, ECLI:NL:RBDHA:2015:5277
- Conclusie A-G Langemeijer 12 december 2014, ECLI:NL:PHR:2014:2354
- Hof Den Haag 30 mei 2017, ECLI:NL:GHDHA:2017:1662
- Rb. Maastricht 12 februari 2003, ECLI:NL:RBMAA:2003:AF4357
- Rb. Den Haag 31 mei 2016, ECLI:NL:RBDHA:2016:8284
- Conclusie A-G Fokkens 14 maart 2006, ECLI:NL:PHR:2006:AU5496
- Conclusie A-G Jörg 15 oktober 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE2762
- HR 15 oktober 2004, ECLI:NL:HR:2004:AP0426