Art. 286 Sv, Onderzoek op de terechtzitting
Wetboek van Strafvordering (Sv)
1. De voorzitter ondervraagt de verdachte.
2. Is er meer dan één verdachte, dan bepaalt de voorzitter in welke volgorde de verdachten worden ondervraagd.
3. De voorzitter kan bepalen dat de verdachte buiten tegenwoordigheid van een of meer medeverdachten of getuigen zal worden ondervraagd.
4. Gedurende de verdere loop van het onderzoek kunnen aan de verdachte door de voorzitter, de rechters, de officier van justitie, de raadsman en de medeverdachte vragen worden gesteld.
5. Artikel 293 is van overeenkomstige toepassing.
6. Bij het verhoor van de verdachte wordt zo veel mogelijk onderzocht, of zijn verklaring op eigen wetenschap berust.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- HR 8 januari 2013, ECLI:NL:HR:2013:BX4605
- Rb. Amsterdam 13 november 2025, ECLI:NL:RBAMS:2025:10377
- HR 3 december 2024, ECLI:NL:HR:2024:1771
- Conclusie A-G Paridaens 10 september 2024, ECLI:NL:PHR:2024:765
- Conclusie A-G Silvis 8 januari 2013, ECLI:NL:PHR:2013:BX4605
- Conclusie A-G Harteveld 5 november 2013, ECLI:NL:PHR:2013:2220
- Rb. Zeeland-West-Brabant 21 januari 2026, ECLI:NL:RBZWB:2026:279
- Rb. Zeeland-West-Brabant 27 november 2024, ECLI:NL:RBZWB:2024:8088
- Rb. Zeeland-West-Brabant 27 november 2024, ECLI:NL:RBZWB:2024:8087
- Rb. Zeeland-West-Brabant 27 november 2024, ECLI:NL:RBZWB:2024:8086
- Rb. Zeeland-West-Brabant 27 november 2024, ECLI:NL:RBZWB:2024:8085
- Rb. 's-Gravenhage 10 december 2010, ECLI:NL:RBSGR:2010:BP1785
- Rb. 's-Gravenhage 10 december 2010, ECLI:NL:RBSGR:2010:BP1770
- Rb. Noord-Holland 20 oktober 2016, ECLI:NL:RBNHO:2016:11005
- Rb. Den Haag 21 januari 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:803
- Rb. Den Haag 2 juli 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:18002
- Rb. Den Haag 21 mei 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:9033
- Rb. Den Haag 27 februari 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:2848
- Rb. Den Haag 14 november 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:21454
- Rb. Den Haag 14 november 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:21452