Rb. 's-Gravenhage 10 december 2010, ECLI:NL:RBSGR:2010:BP1785
Mondeling verzoek tot wraking. Verzoeker is van mening dat door een opeenstapeling van kritische vragen en vaststellingen de indruk gewekt dat de strafkamer niet onpartijdig was. Daarnaast heeft de rechtbank niet voldaan aan het verzoek tot verstrekking van het proces-verbaal van het verhoor ter zitting van de getuigen-deskundigen. De rechtbank (wrakingskamer) is van oordeel dat de ter zitting door de rechters bij de ondervraging gehanteerde formuleringen in een aantal gevallen zeer ongelukkig zijn geweest. Aan verzoeker zijn voorts niet altijd open vragen gesteld en hem zijn ook bepaalde niet-vaststaande feiten als stelligheden voorgehouden. Geen van deze uitlatingen kan echter, noch afzonderlijk noch in onderlinge samenhang bezien, tot de conclusie leiden dat sprake is geweest van vooringenomenheid. Ook de omstandigheid dat de rechtbank niet heeft voldaan aan het verzoek van verzoeker tot het ter beschikking stellen van het proces-verbaal van het verhoor van de getuigen-deskundigen geeft geen blijk van enige (schijn van) vooringenomenheid. Volgens de strafkamer was dit om praktische redenen niet mogelijk, hetgeen door verzoeker ook niet gemotiveerd wordt betwist. Verzoek tot wraking afgewezen.
De uitspraak op rechtspraak.nl