HR 3 december 2024, ECLI:NL:HR:2024:1771

Verduistering, meermalen gepleegd (art. 321 Sr), oplichting, meermalen gepleegd (art. 326.1 Sr) en misbruik maken van identificerende persoonsgegevens, meermalen gepleegd (art. 231b Sr). Voorzittersbeslissing en deelnemen aan onderzoek ttz. via videoconferentie, art. 131a Sv. Afwijzing door voorzitter hof van verzoek om verdachte via videoconferentie te laten deelnemen aan onderzoek ttz., op de grond dat het niet fysiek bijwonen van zitting door zich in vrijheid bevindende verdachte slechts bij uitzondering kan plaatsvinden en door raadsvrouw genoemde belangen onvoldoende zwaarwegend zijn. Art. 131a Sv voorziet in mogelijkheid dat horen, verhoren of ondervragen van personen gebeurt d.m.v. videoconferentie, waarbij directe beeld- en geluidsverbinding tot stand komt, met uitzondering van de in Besluit videoconferentie genoemde gevallen. O.g.v. deze regeling is het mogelijk dat o.m. verdachte niet in zittingszaal aanwezig is, maar d.m.v. directe beeld- en geluidsverbinding deelneemt aan zitting. Beslissing of gebruik wordt gemaakt van videoconferentie, wordt v.zv. het behandeling van zaak ttz. betreft genomen door rechter die zaak behandelt of, bij behandeling door meervoudige kamer, door voorzitter. Daartegen staat geen rechtsmiddel open (vgl. HR:2020:2037). Verdediging heeft ttz. in hoger beroep verzoek gedaan om verdachte via videoconferentie te laten deelnemen aan onderzoek ttz. Voorzitter heeft dit verzoek afgewezen. Met klacht over afwijzing van verzoek keert middel zich tegen beslissing die, zoals ook volgt uit wetsgeschiedenis bij art. 131a Sv, voorzitter heeft genomen i.h.k.v. orde op tz. Nog daargelaten dat art. 131a.3 Sv geen rechtsmiddel openstelt tegen beslissing of gebruik wordt gemaakt van videoconferentie, betreft zo’n beslissing van voorzitter i.h.k.v. orde op tz. een handeling waartegen geen h.b. of cassatieberoep openstaat. Volgt verwerping.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken