Art. 280 Sv, Onderzoek op de terechtzitting
Wetboek van Strafvordering (Sv)
1. In het geval dat de verdachte niet op de terechtzitting verschijnt en de rechtbank geen aanleiding ziet voor
a. het nietig verklaren van de dagvaarding op grond van artikel 278, eerste lid of
b. het verlenen van een bevel tot medebrenging van de verdachte, bedoeld in artikel 278, tweede en derde lid,
beveelt zij dat tegen de verdachte verstek wordt verleend en dat de behandeling van de zaak buiten zijn aanwezigheid wordt voortgezet, tenzij zij heeft ingestemd met verdediging op de voet van artikel 279.
2. De rechtbank verklaart het verstek vervallen, indien de verdachte alsnog op de terechtzitting of na de hervatting daarvan in persoon verschijnt of zich alsnog laat verdedigen met inachtneming van artikel 279, eerste lid.
3. Bij toepassing van het tweede lid, wordt het onderzoek opnieuw aangevangen, met dien verstande dat de rechtbank kan bepalen dat bepaalde onderzoekshandelingen niet opnieuw zullen plaats vinden.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- HR 29 maart 1994, ECLI:NL:HR:1994:AD2076
- HR 23 oktober 2001, ECLI:NL:HR:2001:AD4727
- HR 11 februari 2003, ECLI:NL:HR:2003:AE9649
- HR 9 december 2003, ECLI:NL:HR:2003:AG3022
- HR 10 juni 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF6597
- Conclusie A-G Keulen 12 februari 2019, ECLI:NL:PHR:2019:131
- Conclusie A-G Paridaens 10 september 2024, ECLI:NL:PHR:2024:765
- HR 18 december 2012, ECLI:NL:HR:2012:BY5303
- Conclusie A-G Knigge 2 december 2008, ECLI:NL:PHR:2008:BF5691
- Conclusie A-G Fokkens 16 november 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AR3228
- Conclusie A-G Wortel 19 december 2000, ECLI:NL:PHR:2000:ZD2182
- HR 28 oktober 2003, ECLI:NL:HR:2003:AH9978
- Rb. Oost-Brabant 20 oktober 2021, ECLI:NL:RBOBR:2021:5565
- Rb. Limburg 7 mei 2014, ECLI:NL:RBLIM:2014:4440
- Rb. Den Haag 17 november 2022, ECLI:NL:RBDHA:2022:12219
- Rb. Den Haag 17 november 2022, ECLI:NL:RBDHA:2022:12218
- Rb. Den Haag 17 november 2022, ECLI:NL:RBDHA:2022:12217
- Rb. Den Haag 17 november 2022, ECLI:NL:RBDHA:2022:12216
- Rb. Amsterdam 17 april 2018, ECLI:NL:RBAMS:2018:3630
- Conclusie A-G Paridaens 2 juni 2026, ECLI:NL:PHR:2026:503