HR 5 januari 2010, ECLI:NL:HR:2010:BK2145

Aanwezigheidsrecht. HR herhaalt relevante overwegingen uit HR LJN ZD1314 t.a.v. de beslissing op een aanhoudingsverzoek. ’s Hofs kennelijke oordeel dat aan een ander belang dan het belang van verdachte om in zijn aanwezigheid te worden berecht, voorrang moet worden gegeven, is onjuist, noch onbegrijpelijk nu de uitdrukkelijk tot verdediging gemachtigde raadsman aan zijn aanhoudingsverzoek ten grondslag heeft gelegd dat verdachte zich niet deugdelijk heeft kunnen voorbereiden, en niet ook dat verdachte ttz. aanwezig wilde zijn.

De uitspraak op rechtspraak.nl