HR 21 april 2009, ECLI:NL:HR:2009:BH5171
Afwijzing aanhoudingsverzoek wegens ziekte. De HR herhaalt relevante overwegingen uit HR LJN AA5730 t.a.v. aanhoudingsverzoeken wegens ziekte. Het staat ter beoordeling van de rechter of hij de aangevoerde reden voor het aanhoudingsverzoek aannemelijk en van voldoende gewicht acht en of het belang van een behoorlijke strafvordering voorrang moet hebben boven het belang van verdachte bij aanhouding. In de regel mag daarom van verdachte of diens raadsman worden gevergd dat hij ter staving van het verzoek (alsnog) de gegevens kan verstrekken die de rechter met het oog op de te nemen beslissing wenselijk acht. Aan de rechter staat het vrij om indien een verzoek onvoldoende door bewijsstukken is gestaafd of indien aan diens verlangen tot aanvulling niet (genoegzaam) is voldaan, daaraan gevolgtrekkingen te verbinden. Oordelen en beslissingen daarover kunnen in cassatie slechts op hun begrijpelijkheid worden getoetst. Gelet op die vooropstellingen stond het het Hof vrij om voor de beoordeling van het aanhoudingsverzoek wegens ziekte van verdachte bewijsstukken of nadere inlichtingen te verlangen. In aanmerking genomen dat de raadsman t.t.z. is verschenen om namens verdachte om aanhouding te verzoeken en hij aan het aanhoudingsverzoek ten grondslag heeft gelegd dat hij diezelfde ochtend door verdachtes broer was gebeld met de mededeling dat verdachte wegens ziekte niet kon verschijnen, kan ’s Hofs oordeel dat het verzoek diende te worden afgewezen o.g.v. de enkele omstandigheid dat verdachte op dat moment geen medische verklaring had overlegd, zonder dat was onderzocht of het overleggen van zo’n verklaring dan wel van andere gegevens in redelijkheid van verdachte verlangd had kunnen worden, de afwijzing van het verzoek niet dragen.
De uitspraak op rechtspraak.nl