Art. 421 Sr, Financieren van terrorisme
1. Als schuldig aan het financieren van terrorisme wordt gestraft met een gevangenisstraf van ten hoogste acht jaren of geldboete van de vijfde categorie:
a. hij die zich of een ander opzettelijk middelen of inlichtingen verschaft dan wel opzettelijk voorwerpen verzamelt, verwerft, voorhanden heeft of aan een ander verschaft, die geheel of gedeeltelijk, onmiddellijk of middellijk, dienen om geldelijke steun te verlenen aan het plegen van een terroristisch misdrijf of een misdrijf ter voorbereiding of vergemakkelijking van een terroristisch misdrijf;
b. hij die zich of een ander opzettelijk middelen of inlichtingen verschaft dan wel opzettelijk voorwerpen verzamelt, verwerft, voorhanden heeft of aan een ander verschaft, die geheel of gedeeltelijk, onmiddellijk of middellijk, dienen om geldelijke steun te verlenen aan het plegen van een van de misdrijven omschreven in:
– de artikelen 117 tot en met 117b alsmede artikel 285, indien dat misdrijf is gericht tegen een internationaal beschermd persoon of diens beschermde goederen;
– de artikelen 79 en 80 van de Kernenergiewet, de artikelen 161quater, 173a en 284a alsmede de artikelen 140, 157, 225, 310 tot en met 312, 317, 318, 321, 322 en 326, indien het feit opzettelijk wederrechtelijk handelen betreft met betrekking tot kernmateriaal;
– de artikelen 162, 162a, 166, 168, 282a, 352, 385a tot en met 385d;
– de artikelen 92 tot en met 96, 108, 115, 121 tot en met 123, 140, 157, 161, 161bis, 161sexies, 164, 170, 172, 287, 288 en 289, indien het feiten betreft die worden gepleegd door middel van het opzettelijk wederrechtelijk tot ontlading of ontploffing brengen van een springstof of ander voorwerp, of het laten vrijkomen, verspreiden of inwerken van een voorwerp, waardoor levensgevaar, gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander of aanzienlijke materiële schade te duchten is.
2. Onder voorwerpen worden verstaan alle zaken en alle vermogensrechten.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- HR 14 maart 2017, ECLI:NL:HR:2017:413
- Rb. Den Haag 10 december 2015, ECLI:NL:RBDHA:2015:14365
- Hof Den Haag 10 maart 2017, ECLI:NL:GHDHA:2017:642
- Hof Den Haag 6 oktober 2017, ECLI:NL:GHDHA:2017:2854
- Conclusie A-G Hofstee 3 december 2019, ECLI:NL:PHR:2019:1235
- Conclusie A-G Hofstee 3 december 2019, ECLI:NL:PHR:2019:1240
- Hof Den Haag 30 maart 2016, ECLI:NL:GHDHA:2016:851
- Rb. Rotterdam 18 februari 2016, ECLI:NL:RBROT:2016:1264
- Rb. Den Haag 17 oktober 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:19647
- Rb. Den Haag 20 februari 2020, ECLI:NL:RBDHA:2020:1324
- Conclusie A-G Bleichrodt 13 oktober 2020, ECLI:NL:PHR:2020:946
- Conclusie A-G Keulen 23 april 2019, ECLI:NL:PHR:2019:480
- Hof Den Haag 17 april 2024, ECLI:NL:GHDHA:2024:609
- Hof Den Haag 22 maart 2021, ECLI:NL:GHDHA:2021:998
- Hof Den Haag 11 november 2021, ECLI:NL:GHDHA:2021:2272
- Rb. Zeeland-West-Brabant 1 juli 2024, ECLI:NL:RBZWB:2024:4502
- Rb. 's-Gravenhage 30 januari 2006, ECLI:NL:RBSGR:2006:AV1533
- Rb. Rotterdam 16 januari 2025, ECLI:NL:RBROT:2025:1257
- Rb. Rotterdam 21 juni 2024, ECLI:NL:RBROT:2024:5898
- Rb. Rotterdam 21 juni 2024, ECLI:NL:RBROT:2024:5897