Rb. 's-Gravenhage 30 januari 2006, ECLI:NL:RBSGR:2006:AV1533
Verdachte heeft samen met een ander of anderen een gewelddadige overval gepleegd in een woning, terwijl de twee bewoners in die woning aanwezig waren. Verdachte en zijn mededader hebben de overval op professionele wijze gepleegd, waarbij zij met een baseballpet op en een sjaal voor het gezicht en voorzien van een vuurwapen en een mes de slachtoffers voor hun woning hebben vastgepakt en hen onder bedreiging de woning hebben binnengeduwd. Vervolgens hebben zij de slachtoffers vastgebonden en gedurende lange tijd bedreigd. Zij hebben de woning doorzocht en verschillende goederen buit gemaakt. Verdachte en zijn mededader hebben door aldus te handelen de bewoners van de woning, blijkens hun verklaringen, zeer grote angst aangejaagd. De rechtbank rekent het verdachte aan dat hij op grond van financieel gewin een zodanig gewelddadige overval heeft gepleegd. Daarnaast rekent de rechtbank het verdachte aan dat hij een grove inbreuk heeft gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van de slachtoffers door ze in de eigen woning te overvallen. Dat hij daarbij kennelijk niet heeft stilgestaan bij de traumatische gevolgen die een dergelijke gebeurtenis kan hebben voor de slachtoffers rekent de rechtbank verdachte zwaar aan. Het is een feit van algemene bekendheid dat dergelijke feiten niet zelden leiden tot langdurige psychische schade bij slachtoffers. Bovendien versterken dergelijke feiten de gevoelens van angst en onveiligheid in de samenleving.
De uitspraak op rechtspraak.nl