Hof Den Haag 11 november 2021, ECLI:NL:GHDHA:2021:2272
Het hof heeft een 43-jarige man, geboren in Syrië, veroordeeld tot een gevangenisstraf van 30 maanden. Het hof acht bewezen dat deze man zich heeft schuldig gemaakt aan onder meer het zogeheten hawala-bankieren, terrorisme-financiering, gewoontewitwassen en mensensmokkel. Gedurende ongeveer 10 maanden heeft de verdachte feitelijk een geldwisselkantoor gedreven, buiten iedere vorm van toezicht om. De provisie-gelden die de verdachte hiermee verdiende zijn door hem witgewassen. Het hof acht bewezen dat hij hiervan een gewoonte heeft gemaakt. Daarnaast heeft de verdachte aanzienlijke geldbedragen doen toekomen aan zijn broer, die streed voor IS en Jabath al-Nusra. Het hof ziet dit als terrorisme-financiering. Vier personen die de verdachte kende vanuit Syrië zijn door hem geholpen naar Nederland te reizen, terwijl dit in strijd met de wet is. Ook heeft de verdachte zijn ex-vrouw mishandeld, beledigd en haar gedwongen sambal te eten. Hij heeft geprobeerd de verklaring van een familielid dat daarbij aanwezig was te beïnvloeden. Gezien de hoeveelheid feiten en de ernst daarvan wordt een gevangenisstraf van 30 maanden opgelegd. Ook wordt een contact-verbod (ex. Artikel 38v Sr) met zijn ex-vrouw aan de verdachte opgelegd voor de duur van drie jaar. Overwegingen m.b.t. ontvankelijkheid Openbaar Ministerie, betrouwbaarheid getuigenverklaringen, Hawala-bankieren, terrorismefinanciering, beïnvloeding van getuige. Verdachte niet strafbaar voor een deel van de pleegperiode van het tenlastegelegde witwassen van geld uit eigen misdrijf afkomstig, ontslag van alle rechtsvervolging. Beslissingen omtrent beslag.
De uitspraak op rechtspraak.nl