Art. 492 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, Van executie tot afgifte van roerende zaken, die geen registergoederen zijn
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
1. Ter inleiding van de toepassing van artikel 491 kan de deurwaarder op de zaak beslag tot verkrijging van afgifte leggen. De in artikel 439, eerste lid, bedoelde termijn behoeft daarbij niet in acht te worden genomen.
2. Indien de deurwaarder bevindt dat de zaak reeds in beslag is genomen, mist artikel 491 toepassing, maar kan de deurwaarder daarop overeenkomstig het eerste lid eveneens beslag leggen. Hij is verplicht dit beslag onverwijld te betekenen aan de deurwaarder die het reeds liggende beslag heeft gelegd.
3. De artikelen 440, 443-446, 451, 453a en 455 zijn van overeenkomstige toepassing met inachtneming van de volgende bepalingen van deze afdeling. Voor de toepassing van artikel 444b treedt de waarde van de in beslag te nemen zaak in de plaats van het bedrag van de vordering waarvoor het beslag is gelegd. De artikelen 445 en 446 worden niet toegepast, zolang de zaak zich reeds in gerechtelijke bewaring bevindt. Artikel 455 is alleen van toepassing voor zover het recht op afgifte mede de daar bedoelde baten betreft.
4. Indien geen ander beslag daaraan in de weg staat, kan de deurwaarder alsnog artikel 491 toepassen. Het door hem gelegde beslag eindigt daardoor.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- HR 16 oktober 1942, ECLI:NL:HR:1942:94
- Rb. Zeeland-West-Brabant 27 maart 2024, ECLI:NL:RBZWB:2024:2085
- Rb. Zeeland-West-Brabant 15 september 2021, ECLI:NL:RBZWB:2021:4615
- Rb. Rotterdam 14 maart 2007, ECLI:NL:RBROT:2007:BA0915
- Rb. Overijssel 6 februari 2024, ECLI:NL:RBOVE:2024:747
- Rb. Limburg 17 februari 2021, ECLI:NL:RBLIM:2021:10193
- Rb. Gelderland 5 april 2017, ECLI:NL:RBGEL:2017:2413
- Rb. Breda 17 december 2012, ECLI:NL:RBBRE:2012:BY6501
- Conclusie A-G Hammerstein 25 oktober 2013, ECLI:NL:PHR:2013:1274
- Hof 's-Hertogenbosch 11 november 2003, ECLI:NL:GHSHE:2003:AO1602