Art. 440 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, Van executoriaal beslag op roerende zaken die geen registergoederen zijn
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
1. Het beslag geschiedt bij een proces-verbaal van een deurwaarder dat, behalve de gewone formaliteiten, op straffe van nietigheid inhoudt:
a. de vermelding van de voornaam, naam en woonplaats van de executant en de naam en woonplaats van de geëxecuteerde;
b. de vermelding van de executoriale titel uit hoofde waarvan het beslag wordt gelegd;
c. indien het beslag niet wordt gelegd door een deurwaarder ten kantore van wie woonplaats is gekozen overeenkomstig artikel 439, derde lid, een keuze van woonplaats ten kantore van de deurwaarder die het beslag legt.
2. De deurwaarder kan zich doen bijstaan door een of twee getuigen, wier naam en woonplaats hij in dat geval in het proces-verbaal zal vermelden en die dat stuk mede zullen tekenen.
3. Het proces-verbaal van inbeslagneming van een motorrijtuig als bedoeld in artikel 1, sub c, Wegenverkeerswet 1994 of een aanhangwagen als bedoeld in artikel 1, sub d, Wegenverkeerswet 1994 waarvoor een kenteken is opgegeven als bedoeld in artikel 36 Wegenverkeerswet 1994 zal onverwijld in het kentekenregister, bedoeld in artikel 42 Wegenverkeerswet 1994, worden ingeschreven. De deurwaarder zorgt ervoor dat deze inschrijving wordt beëindigd zodra het beslag is opgeheven of vervallen.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- HR 4 oktober 2013, ECLI:NL:HR:2013:CA3771
- HR 16 maart 2010, ECLI:NL:HR:2010:BL0618
- HR 14 december 2021, ECLI:NL:HR:2021:1878
- HR 27 december 1935, ECLI:NL:HR:1935:58
- Hof Arnhem-Leeuwarden 24 december 2019, ECLI:NL:GHARL:2019:11205
- Rb. Rotterdam 20 april 2016, ECLI:NL:RBROT:2016:3007
- Rb. Arnhem 1 juni 2007, ECLI:NL:RBARN:2007:BA9615
- Rb. Rotterdam 19 oktober 2016, ECLI:NL:RBROT:2016:8086
- Rb. Limburg 13 februari 2017, ECLI:NL:RBLIM:2017:1280
- Rb. Gelderland 15 juli 2026, ECLI:NL:RBGEL:2026:6081
- Rb. Breda 16 juni 2010, ECLI:NL:RBBRE:2010:BM7984
- Rb. Almelo 7 december 2012, ECLI:NL:RBALM:2012:BY6440
- Conclusie A-G Paridaens 2 november 2021, ECLI:NL:PHR:2021:1006
- Conclusie A-G Langemeijer 7 november 2014, ECLI:NL:PHR:2014:2109
- Conclusie A-G Vlas 14 juni 2013, ECLI:NL:PHR:2013:CA3771
- Conclusie A-G Keus 5 oktober 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BW7359
- Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten 18 oktober 2016, ECLI:NL:OGEAM:2016:71
- Hof Den Haag 24 december 2019, ECLI:NL:GHDHA:2019:3365