Art. 446 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, Van executoriaal beslag op roerende zaken die geen registergoederen zijn
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
1. De deurwaarder kan ook andere zaken dan die bedoeld in het vorige artikel aan een door hem aan te wijzen geschikte bewaarder in gerechtelijke bewaring geven, indien dit voor het behoud van deze zaken redelijkerwijze noodzakelijk is. De tweede zin van het vorige artikel is van toepassing.
2. De deurwaarder maakt van de inbewaringgeving een afzonderlijk proces-verbaal op, dat binnen drie dagen na de inbewaringgeving wordt betekend aan de geëxecuteerde en aan de bewaarder.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- Rb. Noord-Holland 7 oktober 2020, ECLI:NL:RBNHO:2020:8285
- Rb. Arnhem 22 december 2010, ECLI:NL:RBARN:2010:BP0984
- Rb. Zeeland-West-Brabant 31 mei 2023, ECLI:NL:RBZWB:2023:4441
- Rb. Overijssel 16 maart 2018, ECLI:NL:RBOVE:2018:823
- Rb. Oost-Brabant 15 mei 2019, ECLI:NL:RBOBR:2019:2870
- Rb. Noord-Holland 11 augustus 2016, ECLI:NL:RBNHO:2016:6877
- Rb. Middelburg 11 juli 2006, ECLI:NL:RBMID:2006:AZ0497
- Rb. Gelderland 8 december 2021, ECLI:NL:RBGEL:2021:8202
- Hof 's-Hertogenbosch 16 februari 2016, ECLI:NL:GHSHE:2016:487
- Hof Amsterdam 11 juni 2019, ECLI:NL:GHAMS:2019:2305
- Hof Amsterdam 18 oktober 2011, ECLI:NL:GHAMS:2011:BT8421