Hof 's-Hertogenbosch 11 november 2003, ECLI:NL:GHSHE:2003:AO1602
Het hof zal eerst nagaan of de wet, in het bijzonder artikel 496 Rv, de pandhouder in het algemeen de mogelijkheid biedt om verlof te verkrijgen de onderhandse geregistreerde akte tegen derden, niet zijnde een houder maar een bezitter, (reëel) te executeren. Het hof zal deze vraag positief beantwoorden. Daarna zal worden bezien of in het onderhavige geval plaats is voor het verlangde verlof.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
- Artikel 64 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 279 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 358 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 438 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 438b Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 439 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 475 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 477 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 491 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 492 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 496 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 499 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 500 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 705 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 3:86 BW3
- Artikel 3:118 BW3
- Artikel 3:237 BW3
- Artikel 3:248 BW3