Rb. Noord-Holland 7 oktober 2020, ECLI:NL:RBNHO:2020:8285
Mondeling vonnis in deurwaarders renvooi procedure 438 lid 4 Rv. Vraag wie de oudste executoriale beslaglegger is. Voorzieningenrechter sluit aan bij eerdere jurisprudentie dat een executoriale titel tot ontruiming nog geen executoriale titel voor de ontruimingskosten oplevert. Daarvoor biedt artikel 237 lid 4 Rv een aparte voorziening. Dat betekent in deze zaak dat de gemeente Den Helder als tweede executoriale beslaglegger op de kunstcollectie van [S] (8.000 stuks) moet worden beschouwd en dat de eerdere executoriale beslaglegger het initiatief tot de executoriale verkoop heeft. De gemeente Den Helder moet daarom de voorgenomen executieveiling staken. Partijen zullen ingevolge artikel 459 Rv in overleg moeten over de (verdere) executie. Daarbij heeft de kunstenaar volgens artikel 470 Rv het recht om te bepalen welke voorwerpen als eerst dienen te worden geveild.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
- Artikel 237 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 438 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 446 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 458 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 459 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 463 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 470 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 704 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering