Art. 101 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, De dagvaardingsprocedure in eerste aanleg

Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering

In zaken betreffende een overeenkomst die wordt gesloten door een partij die handelt in de uitoefening van een beroep of bedrijf en een natuurlijk persoon die niet handelt in de uitoefening van een beroep of bedrijf, is mede bevoegd de rechter van de woonplaats of, bij gebreke daarvan, van het werkelijk verblijf van die natuurlijke persoon.

Uitspraken die dit artikel aanhalen