Hof Den Haag 3 juni 2025, ECLI:NL:GHDHA:2025:1016
Appellante fokt honden. Op basis van een overeenkomst is de labradoodle [naam hond] bij (het gezin van) geïntimeerde geplaatst. Appellante heeft [naam hond] in december 2023 zonder toestemming van geïntimeerde meegenomen tijdens een bezoek van geïntimeerde met [naam hond] aan de dierenarts. In dit kort geding vordert geïntimeerde dat [naam hond] aan haar wordt teruggegeven. Het hof oordeelt in hoger beroep dat die vordering niet – als voorlopige voorziening – toewijsbaar is. Niet voldoende aannemelijk is dat in de bodemprocedure geoordeeld zal worden dat de overeenkomst tussen appellante en geïntimeerde nog bestaat.
De uitspraak op rechtspraak.nl