Rb. Overijssel 28 juli 2025, ECLI:NL:RBOVE:2025:5012
Partijen hebben voor de verbouwing van de woning van partij A een aannemingsovereenkomst gesloten. Tussen partijen is een geschil ontstaan. Partij A vindt dat de facturering van Durateq in strijd met gemaakte afspraken niet in de pas loopt met de stand van het werk en is daarom gestopt met verdere betalingen. Durateq heeft vervolgens haar werkzaamheden opgeschort en het retentierecht ingeroepen. Partij A vordert onderbouwing van alle facturen van Durateq, opheffing van het retentierecht en nakoming van de aannemingsovereenkomst, terwijl Durateq op haar beurt schadevergoeding vordert. De vorderingen van partij A zullen grotendeels worden toegewezen en Durateq zal in haar vorderingen niet-ontvankelijk worden verklaard.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
- Artikel 19 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 101 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 103 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 194 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 195 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 254 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 6:236 BW6
- Artikel 7:5 BW7
- Artikel 3:290 BW3