Art. 105 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, De dagvaardingsprocedure in eerste aanleg
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
In zaken betreffende de geldigheid, de nietigheid of de ontbinding van vennootschappen of rechtspersonen, de geldigheid, nietigheid of rechtsgevolgen van hun besluiten of die van hun organen dan wel de rechten en verplichtingen van hun leden of vennoten als zodanig, is mede bevoegd de rechter van de woonplaats of de plaats van vestiging van de rechtspersoon of de vennootschap.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- Conclusie A-G Timmerman 26 november 2010, ECLI:NL:PHR:2010:BN8533
- Rb. Zeeland-West-Brabant 29 mei 2024, ECLI:NL:RBZWB:2024:3555
- Rb. Rotterdam 11 juli 2012, ECLI:NL:RBROT:2012:BX1436
- Rb. Noord-Holland 24 november 2021, ECLI:NL:RBNHO:2021:10771
- Rb. Gelderland 30 juni 2020, ECLI:NL:RBGEL:2020:3263
- Rb. Arnhem 13 oktober 2010, ECLI:NL:RBARN:2010:BO1379
- Conclusie A-G Strikwerda 30 november 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BA9611
- Conclusie A-G Wesseling-van Gent 15 februari 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD7341
- Kantongerecht Maastricht 27 september 2000, ECLI:NL:KTGMAA:2000:AA9657
- HR 30 november 2007, ECLI:NL:HR:2007:BA9611
- Hof Arnhem-Leeuwarden 28 december 2017, ECLI:NL:GHARL:2017:11486
- Hof Arnhem-Leeuwarden 19 maart 2013, ECLI:NL:GHARL:2013:BZ4784