Art. 106 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, De dagvaardingsprocedure in eerste aanleg
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
In zaken betreffende de toepassing van de wettelijke bepalingen inzake faillissement, surséance van betaling en schuldsaneringsregeling natuurlijke personen is mede bevoegd de rechtbank waaruit de rechter-commissaris is benoemd of, indien in geval van surséance geen rechter-commissaris is benoemd, de rechtbank die over het verzoek tot het verlenen van surséance heeft geoordeeld.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- Rb. Oost-Brabant 12 oktober 2016, ECLI:NL:RBOBR:2016:5600
- Rb. Zeeland-West-Brabant 19 april 2017, ECLI:NL:RBZWB:2017:2490
- Rb. 's-Gravenhage 31 oktober 2007, ECLI:NL:RBSGR:2007:BB8289
- Rb. Overijssel 28 mei 2025, ECLI:NL:RBOVE:2025:3581
- Rb. Overijssel 2 maart 2022, ECLI:NL:RBOVE:2022:624
- Rb. Overijssel 7 februari 2022, ECLI:NL:RBOVE:2022:439
- Rb. Oost-Brabant 4 december 2024, ECLI:NL:RBOBR:2024:5757
- Rb. Noord-Holland 18 december 2024, ECLI:NL:RBNHO:2024:13226
- Rb. Noord-Holland 24 november 2021, ECLI:NL:RBNHO:2021:10771
- Rb. Midden-Nederland 15 januari 2025, ECLI:NL:RBMNE:2025:1771
- Rb. Gelderland 5 maart 2014, ECLI:NL:RBGEL:2014:1980
- Rb. Dordrecht 15 april 2009, ECLI:NL:RBDOR:2009:BI3604
- Rb. Den Haag 10 december 2014, ECLI:NL:RBDHA:2014:15135
- Rb. Almelo 8 augustus 2011, ECLI:NL:RBALM:2011:BR6705
- Conclusie A-G Strikwerda 21 maart 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF2158