Art. 9 Verordening (EU) 2019/1241, Algemene beperkingen op het gebruik van staande netten en drijfnetten
1. Het is verboden een of meer drijfnetten met een afzonderlijke of gezamenlijke lengte van meer dan 2,5 km aan boord te hebben of te gebruiken.
2. Het is verboden drijfnetten te gebruiken voor de visserij op de in bijlage III vermelde soorten.
3. Niettegenstaande lid 1 is het in de Oostzee verboden drijfnetten aan boord te hebben of te gebruiken.
4. Het is verboden geankerde kieuwnetten, warrelnetten of schakelnetten te gebruiken voor de visserij op de volgende soorten:
a) witte tonijn (Thunnus alalunga),
b) blauwvintonijn (Thunnus thynnus),
c) braam (Brama brama),
d) zwaardvis (Xiphias gladius),
e) haaien die tot de volgende soorten of families behoren: Hexanchus griseus, Cetorhinus maximus, alle soorten Alopiidae, Carcharhinidae, Sphyrnidae, Isuridae en Lamnidae.
5. In afwijking van lid 4 mogen incidentele vangsten in de Middellandse Zee van ten hoogste drie exemplaren van de in dat lid bedoelde haaiachtigen aan boord worden gehouden of aangeland, tenzij het gaat om volgens het Unierecht beschermde soorten.
6. Het is verboden geankerde kieuwnetten, warrelnetten of schakelnetten te gebruiken op plaatsen waar de kaartdiepte meer dan 200 m bedraagt.
7. Niettegenstaande lid 6 van dit artikel:
a) gelden bij een kaartdiepte tussen 200 en 600 m specifieke afwijkingen overeenkomstig bijlage V, deel C, punt 6.1, bijlage VI, deel C, punt 9.1, en bijlage VII, deel C, punt 4.1;
b) is het toegestaan in de Middellandse Zee geankerde kieuwnetten, warrelnetten of schakelnetten te gebruiken op plaatsen waar de kaartdiepte meer dan 200 m bedraagt.