Art. 5 Verordening (EU) 2019/1241, Afbakening van visserijzones

Verordening (EU) 2019/1241

Voor de toepassing van deze verordening gelden de volgende geografische afbakeningen van visserijzones:

a) „Noordzee”: de Uniewateren in de ICES-sectoren (23) 2a en 3a en ICES-deelgebied 4;

b) „Oostzee”: de Uniewateren in de ICES-sectoren 3b, 3c en 3d;

c) „noordwestelijke wateren”: de Uniewateren in de ICES-deelgebieden 5, 6 en 7;

d) „zuidwestelijke wateren”: de ICES-deelgebieden 8, 9 en 10 (Uniewateren) en de Cecaf-sectoren (24) 34.1.1, 34.1.2 en 34.2.0 (Uniewateren);

e) „Middellandse Zee”: de maritieme wateren van de Middellandse Zee ten oosten van 5°36′ W;

f) „Zwarte Zee”: de wateren in geografisch GFCM-deelgebied 29 van de zoals omschreven in bijlage I bij Verordening (EU) nr. 1343/2011 van het Europees Parlement en de Raad (25);

g) „Uniewateren in de Indische Oceaan en het westelijke deel van de Atlantische Oceaan”: de wateren rond Guadeloupe, Frans-Guyana, Martinique, Mayotte, Réunion en Sint-Maarten onder de soevereiniteit of jurisdictie van een lidstaat;

h) „gereglementeerde gebied van de NEAFC”: dat deel van het NEAFC-verdragsgebied dat buiten de wateren ligt waarin de verdragsluitende partijen bij de NEAFC jurisdictie over de visserij uitoefenen, zoals omschreven in Verordening (EU) nr. 1236/2010 van het Europees Parlement en de Raad (26);

i) „GFCM-overeenkomstgebied”: de Middellandse Zee, de Zwarte Zee en de daarmee in verbinding staande wateren, zoals gedefinieerd in Verordening (EU) nr. 1343/2011 van het Europees Parlement en de Raad.