Art. 8 Verordening (EU) 2019/1241, Algemene beperkingen op het gebruik van gesleept vistuig
1. Voor de toepassing van de bijlagen V tot en met XI betekent de maaswijdte van gesleept vistuig als bedoeld in die bijlagen de minimummaaswijdte van elke kuil en elke tunnel die aan boord van een vissersvaartuig worden aangetroffen en aan een gesleept net zijn of kunnen worden bevestigd. Dit lid is niet van toepassing op voorzieningen voor netten die worden gebruikt om monitoringsensoren voor vistuig te bevestigen of bij gebruik in combinatie met ontsnappingsvoorzieningen voor vissen en schildpadden (zogenaamde „turtle excluder devices”). Verdere uitzonderingen ter verbetering van de grootte- of soortselectiviteit voor mariene soorten kunnen worden vastgesteld bij een gedelegeerde handeling overeenkomstig artikel 15.
2. Lid 1 is niet van toepassing op dreggen. Tijdens een visreis waarbij dreggen aan boord worden gehouden, is echter het volgende van toepassing:
a) het is verboden mariene organismen over te laden;
b) in de Oostzee is het verboden andere mariene organismen aan boord te houden of aan te landen, ongeacht de hoeveelheid, tenzij ten minste 85 % van het levend gewicht daarvan bestaat uit weekdieren en/of Furcellaria lumbricalis;
c) in alle andere zeebekkens, met uitzondering van de Middellandse Zee, die onder artikel 13 van Verordening (EG) nr. 1967/2006 valt, is het verboden andere mariene organismen aan boord te houden of aan te landen, ongeacht de hoeveelheid, tenzij ten minste 95 % van het levend gewicht daarvan bestaat uit tweekleppige weekdieren, buikpotigen en sponsen.
Punten b) en c) van dit lid zijn niet van toepassing op onbedoelde vangsten van soorten die vallen onder de aanlandingsverplichting van artikel 15 van Verordening (EU) nr. 1380/2013. Dergelijke onbedoelde vangsten worden aangeland en op de quota in mindering gebracht.
3. Wanneer een of meer vissersvaartuigen meer dan één net tegelijk slepen, heeft elk net dezelfde nominale maaswijdte. De Commissie is bevoegd op grond van artikel 15 en overeenkomstig artikel 29 gedelegeerde handelingen vast te stellen die afwijken van dit lid, indien het gebruik van meerdere netten met verschillende maaswijdten leidt tot voordelen voor de instandhouding van biologische rijkdommen van de zee die ten minste gelijkwaardig zijn aan die van bestaande visserijmethoden.
4. Het is verboden een voorziening te gebruiken die de mazen van de kuil of van enig onderdeel van gesleept vistuig verspert of de opening ervan effectief verkleint, alsmede een dergelijke, specifiek daartoe ontworpen voorziening aan boord te hebben. Dit lid geldt ook voor het gebruik van gespecificeerde voorzieningen om slijtage van gesleept vistuig te beperken en gesleept vistuig te versterken of om het ontsnappen van vangsten langs het voorste deel van gesleept tuig te beperken.
5. De Commissie kan uitvoeringshandelingen vaststellen met nadere voorschriften inzake de specificatie van de in lid 4 bedoelde kuilen en voorzieningen. Die uitvoeringshandelingen worden gebaseerd op het beste beschikbare wetenschappelijke en technische advies en kunnen betrekking hebben op:
a) beperkingen op de twijndikte;
b) beperkingen op de omtrek van de kuil;
c) beperkingen op het gebruik van netmateriaal;
d) de structuur en bevestigingswijze van de kuil;
e) toegestane voorzieningen om slijtage te beperken, en
f) toegestane voorzieningen om het ontsnappen van vangsten te beperken.
Die uitvoeringshandelingen worden vastgesteld volgens de in artikel 30, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.