Art. 92 Verordening (EU) 2018/1046, Regels betreffende de ordonnateurs

Verordening (EU) 2018/1046

1. De bevoegde ordonnateur is geldelijk aansprakelijk onder de in het statuut vastgestelde voorwaarden.

2. De verplichting tot schadevergoeding bestaat in het bijzonder wanneer de bevoegde ordonnateur opzettelijk of met grove nalatigheid:

a) de in te vorderen rechten vaststelt of invorderingsopdrachten afgeeft, een betalingsverplichting aangaat of een betalingsopdracht ondertekent in afwijking van deze verordening;

b) verzuimt een document op te stellen waarbij een schuldvordering wordt vastgesteld, verzuimt een invorderingsopdracht af te geven of deze te laat afgeeft, of een betalingsopdracht te laat afgeeft, waardoor de instelling van de Unie civiel aansprakelijk wordt jegens derden.

3. Wanneer een gedelegeerd of gesubdelegeerd ordonnateur oordeelt dat een aan hem of haar gegeven instructie onregelmatig is of tegen het beginsel van goed financieel beheer indruist, met name omdat de uitvoering ervan onverenigbaar is met de hoeveelheid aan hem verstrekte middelen, deelt hij of zij dat de autoriteit waarvan hij of zij de delegatie of subdelegatie heeft ontvangen, schriftelijk mede. Indien de instructie tijdig schriftelijk wordt bevestigd en nauwkeurig genoeg is, dat wil zeggen dat zij uitdrukkelijk naar de aspecten verwijst die door de gedelegeerd of gesubdelegeerd ordonnateur betwistbaar worden geacht, is de gedelegeerd of gesubdelegeerd ordonnateur van zijn of haar verantwoordelijkheid ontslagen. Hij of zij voert de instructie uit, tenzij deze kennelijk in strijd is met de wet of de geldende veiligheidsnormen.

Dezelfde procedure is van toepassing ingeval een ordonnateur oordeelt dat een door hem of haar te nemen besluit onregelmatig is of tegen het beginsel van goed financieel beheer indruist, of indien een ordonnateur tijdens de uitvoering van een bindende instructie verneemt dat de omstandigheden van het dossier tot een dergelijke situatie zou kunnen leiden.

De in de in dit lid bedoelde omstandigheden bevestigde instructies worden door de bevoegde gedelegeerde ordonnateur bijgehouden en in zijn of haar jaarlijks activiteitenverslag vermeld.

4. In geval van subdelegatie binnen zijn of haar dienst blijft de gedelegeerde ordonnateur verantwoordelijk voor de efficiëntie en de doeltreffendheid van de ingestelde internebeheers- en controlesystemen en de keuze van de gesubdelegeerd ordonnateur.

5. In geval van subdelegatie aan de hoofden en adjunct-hoofden van de delegaties van de Unie is de gedelegeerde ordonnateur verantwoordelijk voor de afbakening van de opgerichte internebeheers- en controlesystemen alsmede de efficiëntie en de doeltreffendheid van die systemen. De hoofden van de delegaties van de Unie zijn verantwoordelijk voor het adequaat instellen en de goede werking van die systemen, overeenkomstig de richtlijnen van de gedelegeerde ordonnateur, alsmede voor het beheer van de middelen en de verrichtingen die zij binnen de delegatie van de Unie onder hun verantwoordelijkheid uitvoeren. Vóór hun ambtsaanvaarding volgen zij specifieke opleidingen inzake de taken en verantwoordelijkheden van ordonnateurs en de uitvoering van de begroting.

Hoofden van de delegaties van de Unie brengen overeenkomstig artikel 76, lid 3, verslag uit over hun in de eerste alinea van dit lid bedoelde verantwoordelijkheden.

De hoofden van de delegaties van de Unie verstrekken jaarlijks aan de gedelegeerde ordonnateur van de Commissie zekerheid over de in hun delegatie ingestelde internebeheers- en controlesystemen, alsmede over het beheer van de verrichtingen die aan hen zijn gesubdelegeerd en de resultaten daarvan, om de ordonnateur in staat te stellen de betrouwbaarheidsverklaring als bedoeld in artikel 74, lid 9, af te leggen.

Dit lid geldt eveneens voor de adjunct-hoofden van de delegaties van de Unie die optreden als gesubdelegeerde ordonnateurs in afwezigheid van de hoofden van de delegaties van de Unie.

Uitspraken die dit artikel aanhalen

Vorige artikelen

Volgende artikelen