Art. 97 Verordening (EU) 2018/1046, Raming van schuldvorderingen

Verordening (EU) 2018/1046

1. Wanneer de bevoegde ordonnateur over voldoende en betrouwbare informatie beschikt met betrekking tot een maatregel of situatie waardoor een schuldvordering van de Unie ontstaat, maakt hij een raming van het verschuldigde bedrag.

2. De raming van de schuldvordering wordt door de bevoegde ordonnateur aangepast zodra hij kennis krijgt van een feit dat de maatregel of de situatie die tot de raming heeft geleid, verandert.

Bij de opstelling van een invorderingsopdracht met betrekking tot een maatregel of situatie die eerder tot een raming van de schuldvordering heeft geleid, wordt die raming dienovereenkomstig aangepast door de bevoegde ordonnateur.

Wanneer de invorderingsopdracht wordt opgesteld voor hetzelfde bedrag als de oorspronkelijke raming van de schuldvordering, wordt die raming verlaagd tot nul.

3. In afwijking van het bepaalde in lid 1 wordt voor de eigen middelen omschreven in Besluit 2014/335/EU, Euratom die door de lidstaten op vaste vervaldagen worden afgedragen, geen schuldvorderingsraming opgesteld vóór de terbeschikkingstelling van de bedragen door de lidstaten aan de Commissie. Voor deze middelen geeft de bevoegde ordonnateur een invorderingsopdracht af.

Vorige artikelen

Volgende artikelen