Art. 88 Verordening (EU) 2018/1046, Beheer van gelden ter goede rekening

Verordening (EU) 2018/1046

1. Voor de betaling van uitgaven kunnen, wanneer het door de geringe omvang van de bedragen materieel onmogelijk of inefficiënt is betalingen volgens begrotingsprocedures te verrichten, gelden ter goede rekening worden ingesteld. Voor de inning van andere ontvangsten dan eigen middelen kan ook beheer van gelden ter goede rekening worden ingesteld.

Bij de delegaties van de Unie kan beheer van gelden ter goede rekening eveneens worden gebruikt voor betalingen van kleine bedragen volgens begrotingsprocedures, indien dat efficiënt en doeltreffend is op grond van lokale vereisten.

Het maximumbedrag dat door de beheerder van gelden ter goede rekening mag worden betaald wanneer betaling volgens begrotingsprocedures materieel onmogelijk of inefficiënt is, wordt door de rekenplichtige vastgesteld en mag in geen geval hoger zijn dan 60 000 EUR per uitgave.

Op het gebied van hulp in crisissituaties en humanitaire hulp mag evenwel beheer van gelden ter goede rekening worden gebruikt voor de betaling van grotere bedragen zonder beperking ten aanzien van het bedrag, mits het niveau van de door het Europees Parlement en de Raad toegestane kredieten van het betrokken begrotingsonderdeel voor het lopende begrotingsjaar in acht wordt genomen en overeenkomstig de interne regels van de Commissie.

2. Bij de delegaties van de Unie wordt, met waarborging van de volledige traceerbaarheid van de uitgaven, beheer van gelden ter goede rekening ingesteld voor het betalen van uitgaven uit zowel de afdeling van de begroting betreffende de Commissie als die betreffende de EDEO.

Vorige artikelen

Volgende artikelen