Art. 93 Verordening (EU) 2018/1046, Behandeling van door een personeelslid veroorzaakte financiële onregelmatigheden

Verordening (EU) 2018/1046

1. Onverminderd de bevoegdheden van OLAF en de administratieve autonomie van de instellingen van de Unie, organen van de Unie, Europese bureaus of organen of personen die krachtens Titel V van het VEU met de uitvoering van specifieke acties in het GBVB zijn belast, ten aanzien van hun personeel en met inachtneming van de bescherming van klokkenluiders wordt elke overtreding van deze verordening of van een bepaling inzake financieel beheer of toetsing van de verrichtingen die het gevolg is van een handeling of verzuim van een personeelslid voor een advies voorgelegd aan de in artikel 143 bedoelde instantie door:

a) het tot aanstelling bevoegde gezag verantwoordelijk voor tuchtzaken;

b) de bevoegde ordonnateur, met inbegrip van de hoofden van de delegaties van de Unie en de adjunct-hoofden die in hun afwezigheid als gesubdelegeerde ordonnateurs optreden overeenkomstig artikel 60, lid 2.

Wanneer de instantie rechtstreeks door een personeelslid wordt ingelicht, zendt zij het dossier aan het tot aanstelling bevoegde gezag van de betrokken instelling van de Unie, het betrokken orgaan van de Unie, het betrokken Europees bureau of het betrokken orgaan of de betrokken persoon toe en stelt zij het personeelslid dat haar heeft ingelicht, hiervan in kennis. Het tot aanstelling bevoegde gezag kan de instantie om advies over de zaak vragen.

2. Een verzoek om advies van de instantie op grond van lid 1, eerste alinea, gaat vergezeld van een beschrijving van de feiten en de handeling of het verzuim om de beoordeling waarvan de instantie wordt verzocht, en van de bijbehorende bewijsstukken, daaronder begrepen verslagen over eventueel verrichte onderzoeken. Waar mogelijk wordt de informatie in geanonimiseerde vorm verstrekt.

Alvorens een verzoek of aanvullende informatie bij de instantie in te dienen, stelt het tot aanstelling bevoegde gezag of de ordonnateur, naargelang het geval, het betrokken personeelslid in de gelegenheid opmerkingen te maken, nadat het dit personeelslid kennis heeft gedaan van de in de eerste alinea bedoelde bewijsstukken, voor zover die kennisgeving het voeren van verder onderzoek niet ernstig ondermijnt.

3. In de in lid 1 van dit artikel bedoelde gevallen is de in artikel 143 bedoelde instantie bevoegd te beoordelen of zich, op basis van de op grond van lid 2 van dit artikel aan haar verstrekte informatie en eventuele door haar ontvangen aanvullende elementen, een financiële onregelmatigheid heeft voorgedaan. Op grond van het advies van de instantie neemt de betrokken instelling van de Unie, het betrokken orgaan van de Unie, het betrokken Europees bureau of het betrokken orgaan of de betrokken persoon een beslissing over een passende follow-up overeenkomstig het statuut. Indien de instantie systeemproblemen ontdekt, doet zij de ordonnateur en de gedelegeerde ordonnateur, tenzij deze laatste het betrokken personeelslid is, alsmede de intern controleur een aanbeveling.

4. Wanneer de instantie het in lid 1 van dit artikel bedoelde advies geeft, is zij samengesteld uit de in artikel 143, lid 2, bedoelde leden en de volgende drie extra leden, die worden aangesteld met inachtneming van de noodzaak om belangenconflicten te voorkomen:

a) een vertegenwoordiger van het tot aanstelling bevoegde gezag, bevoegd voor tuchtzaken, van de betrokken instelling van de Unie, het betrokken orgaan van de Unie, het betrokken Europees bureau of het betrokken orgaan of de betrokken persoon,

b) een lid dat is aangewezen door het personeelscomité van de betrokken instelling van de Unie, het betrokken orgaan van de Unie, het betrokken Europees bureau of het betrokken orgaan of de betrokken persoon,

c) een lid van de juridische dienst van de instelling van de Unie waarbij het betrokken personeelslid in dienst is.

Het in lid 1 bedoelde advies van de instantie wordt gericht tot het tot aanstelling bevoegde gezag van de betrokken instelling van de Unie, het betrokken orgaan van de Unie, het betrokken Europees bureau of het betrokken orgaan of de betrokken persoon.

5. De instantie heeft geen onderzoeksbevoegdheid. De instelling van de Unie, het betrokken orgaan van de Unie, het betrokken Europees bureau of het betrokken orgaan of de betrokken persoon werken met de instantie samen om ervoor te zorgen dat deze over alle nodige informatie beschikt om haar advies te geven.

6. Wanneer de instantie tijdens haar onderzoek tot de slotsom komt dat het geval onder de bevoegdheid van OLAF valt, zendt zij het dossier overeenkomstig lid 1 onverwijld naar het betrokken tot aanstelling bevoegde gezag en stelt zij OLAF onmiddellijk in kennis.

7. De lidstaten ondersteunen de Unie volledig bij de tenuitvoerlegging van de aansprakelijkheid, overeenkomstig artikel 22 van het Statuut, van tijdelijke functionarissen op wie artikel 2, onder e), van de regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden van de Europese Unie, van toepassing is.

Vorige artikelen

Volgende artikelen