Art. 21 Verordening (EU) 2018/1046, Bestemmingsontvangsten

Verordening (EU) 2018/1046

1. Externe bestemmingsontvangsten en interne bestemmingsontvangsten worden gebruikt voor de financiering van bepaalde specifieke uitgaven.

2. Externe bestemmingsontvangsten zijn:

a) specifieke aanvullende financiële bijdragen van lidstaten aan de onderstaande soorten acties en programma’s:

i) bepaalde aanvullende programma’s voor onderzoek en technologische ontwikkeling,

ii) bepaalde projecten of programma’s voor externe steun die door de Unie worden gefinancierd en door de Commissie worden beheerd;

b) kredieten met betrekking tot de ontvangsten uit het Fonds voor onderzoek inzake kolen en staal, dat is ingesteld bij het aan het VEU en aan het VWEU gehechte Protocol nr. 37 betreffende de financiële gevolgen van de beëindiging van het EGKS-Verdrag en betreffende het Fonds voor onderzoek inzake kolen en staal;

c) de rente op deposito’s en boeten waarin Verordening (EG) nr. 1467/97 van de Raad (36) voorziet;

d) ontvangsten die voor een bepaald doel ter beschikking zijn gesteld, zoals inkomsten van stichtingsvermogens, subsidies, giften en legaten, daaronder begrepen de specifiek aan elke instelling van de Unie vooraf toegewezen ontvangsten;

e) financiële bijdragen van derde landen en andere dan bij het VWEU of het Euratom-Verdrag opgerichte organen aan activiteiten van de Unie;

f) interne bestemmingsontvangsten als bedoeld in lid 3, voor zover deze een aanvulling vormen op in dit lid bedoelde externe bestemmingsontvangsten;

g) ontvangsten uit activiteiten in mededinging van het Gemeenschappelijk Centrum voor Onderzoek (Joint Research Centre-JRC), bestaande uit:

i) procedures voor het toekennen van subsidies of aanbestedingsprocedures waaraan het JRC deelneemt,

ii) activiteiten van het JRC voor rekening van derden,

iii) activiteiten uit hoofde van een administratieve overeenkomst met andere instellingen van de Unie of andere diensten van de Commissie, overeenkomstig artikel 59, voor de verstrekking van technische en wetenschappelijke diensten.

3. Interne bestemmingsontvangsten zijn:

a) ontvangsten afkomstig van derden wegens op hun verzoek verrichte leveringen, diensten en werken;

b) ontvangsten afkomstig van terugbetalingen overeenkomstig artikel 101 van onverschuldigd betaalde bedragen;

c) opbrengsten van leveringen van goederen, diensten en werken ten behoeve van andere diensten in een instelling van de Unie, of van andere instellingen of organen van de Unie, met inbegrip van vergoedingen voor dienstreizen betaald voor rekening van en terugbetaald door andere instellingen of organen van de Unie;

d) ontvangen verzekeringsuitkeringen;

e) ontvangsten uit verhuur en de verkoop van gebouwen en grond;

f) terugbetalingen aan financieringsinstrumenten of begrotingsgaranties op grond van artikel 209, tweede alinea, lid 3;

g) ontvangsten van achteraf terugbetaalde belastingen ingevolge artikel 27, lid 3, eerste alinea, onder b).

4. Bestemmingsontvangsten worden overgedragen en overgeschreven overeenkomstig artikel 12, lid 4, onder b) en c), en artikel 32.

5. Een basishandeling kan de ontvangsten waarin zij voorziet, voor specifieke uitgavenposten bestemmen. Tenzij in de basishandeling anders is bepaald, vormen die ontvangsten interne bestemmingsontvangsten.

6. De begroting voorziet in een structuur voor de opname van externe en interne bestemmingsontvangsten, alsmede, voor zover mogelijk, in een raming.

Vorige artikelen

Volgende artikelen