Art. 22 Verordening (EU) 2018/1046, Structuur voor de opneming van de bestemmingsontvangsten en opvoering van de betrokken kredieten
1. Onverminderd lid 2, eerste alinea, onder c), van dit artikel en artikel 24 omvat de structuur voor de opneming van de bestemmingsontvangsten in de begroting:
a) in de staat van ontvangsten van de afdeling van elke instelling van de Unie, een begrotingsonderdeel waarin het bedrag van deze ontvangsten kan worden opgenomen;
b) in de staat van uitgaven, de toelichting, die ook algemene opmerkingen bevat, met vermelding van de begrotingsonderdelen waarin de kredieten kunnen worden opgenomen die met de ter beschikking gestelde bestemmingsontvangsten overeenkomen.
In het in de eerste alinea, onder a), bedoelde geval wordt het begrotingsonderdeel voorzien van de vermelding „pro memorie” en worden de geraamde ontvangsten ter informatie in de toelichting vermeld.
2. De kredieten die met bestemmingsontvangsten overeenkomen, worden automatisch als vastleggingskredieten en als betalingskredieten opgevoerd wanneer de ontvangsten door de instelling van de Unie zijn geïnd, behalve:
a) in het in artikel 21, lid 2, onder a), bedoelde geval voor financiële bijdragen van lidstaten waarvan de bijdrageovereenkomst in euro luidt, kunnen de vastleggingskredieten worden opgevoerd bij de ondertekening van de bijdrageovereenkomst door de lidstaat;
b) in de in artikel 21, lid 2, onder b), en het in artikel 21, lid 2, onder g), punten i) en iii), bedoelde gevallen worden de vastleggingskredieten opgevoerd zodra de schuldvordering is geraamd;
c) in het in artikel 21, lid 2, onder c), bedoelde geval geeft de opneming van de bedragen in de staat van ontvangsten aanleiding tot de opneming van vastleggings- en betalingskredieten in de staat van uitgaven.
De in de eerste alinea, onder c), van dit lid bedoelde kredieten worden besteed overeenkomstig artikel 20.
3. De in artikel 21, lid 2, onder b), en g), bedoelde ramingen van schuldvorderingen worden voor registratie aan de rekenplichtige toegezonden.