Art. 116 Verordening (EU) 2018/1046, Betalingstermijnen
1. Betalingen worden verricht binnen:
a) 90 kalenderdagen voor bijdrageovereenkomsten, overeenkomsten en subsidieovereenkomsten waarvan de geleverde technische prestaties of acties bijzonder moeilijk te evalueren zijn en waarvan de betaling afhankelijk wordt gesteld van de goedkeuring van een verslag of certificaat;
b) 60 kalenderdagen voor alle andere bijdrageovereenkomsten, overeenkomsten en subsidieovereenkomsten waarvan de betaling afhankelijk wordt gesteld van de goedkeuring van een verslag of certificaat;
c) 30 kalenderdagen voor alle andere bijdrageovereenkomsten, overeenkomsten en subsidieovereenkomsten.
2. De betalingstermijn omvat de betaalbaarstelling, de betalingsopdracht en de betaling van de uitgaven.
De termijn gaat in op het tijdstip van ontvangst van het betalingsverzoek.
3. Ontvangen verzoeken om betaling worden door de gemachtigde dienst van de bevoegde ordonnateur zo spoedig mogelijk ingeschreven en worden geacht te zijn ontvangen op de datum van inschrijving.
Onder datum van betaling wordt verstaan de datum waarop de rekening van de instelling van de Unie wordt gedebiteerd.
Verzoeken om betaling bevatten de volgende essentiële elementen:
a) de identificatie van de crediteur;
b) het bedrag;
c) de valuta;
d) de datum.
Wanneer één of meer van de essentiële elementen ontbreken, wordt het betalingsverzoek afgewezen.
De crediteur wordt zo spoedig mogelijk met opgave van redenen schriftelijk in kennis gesteld van een afwijzing, in elk geval binnen 30 kalenderdagen na ontvangst van het verzoek om betaling.
4. De bevoegde ordonnateur kan de betalingstermijn opschorten wanneer:
a) het bedrag niet verschuldigd is, of
b) de vereiste bewijsstukken niet zijn overgelegd.
Wanneer de bevoegde ordonnateur kennis neemt van informatie op grond waarvan de subsidiabiliteit van in een betalingsverzoek opgenomen uitgaven kan worden betwijfeld, kan hij de betalingstermijn opschorten, zodat geverifieerd kan worden, onder andere door middel van controles ter plaatse, dat de uitgaven subsidiabel zijn. De resterende betalingstermijn gaat in op de datum waarop de gevraagde inlichtingen of de herziene documenten zijn ontvangen, of waarop de vereiste aanvullende verificaties, waaronder controles ter plaatse, zijn verricht.
De betreffende crediteuren worden schriftelijk in kennis gesteld van de redenen voor een opschorting.
5. Behalve in het geval van lidstaten, het EIB en het EIF heeft de crediteur bij het verstrijken van de in lid 1 vastgelegde termijnen onder de volgende voorwaarden recht op rente:
a) als rentevoeten worden de in artikel 99, lid 2, bedoelde percentages gehanteerd;
b) de rente is verschuldigd over de tijd die is verstreken vanaf de kalenderdag volgende op het verstrijken van de in lid 1 genoemde betalingstermijn tot de dag van betaling.
In het geval dat de overeenkomstig de eerste alinea berekende rente evenwel lager dan of gelijk is aan 200 EUR, wordt deze rente uitsluitend op een binnen twee maanden na de ontvangst van de te late betaling ingediend verzoek aan de crediteur betaald.
6. Elke instelling van de Unie dient bij het Europees Parlement en de Raad een verslag in over de naleving en de opschorting van de in de leden 1 tot en met 4 van dit artikel vastgestelde termijnen. Het verslag van de Commissie wordt gevoegd bij de in artikel 74, lid 9, bedoelde samenvatting van de jaarlijkse activiteitenverslagen.