Art. 114 Verordening (EU) 2018/1046, Termijnen voor vastleggingen

Verordening (EU) 2018/1046

1. Onverminderd het bepaalde in artikel 111, lid 2, en artikel 264, lid 3, worden de juridische verbintenissen betreffende individuele of voorlopige vastleggingen in de begroting uiterlijk tot 31 december van het jaar n aangegaan, n zijnde het jaar waarin de vastlegging in de begroting werd gedaan.

2. De globale vastleggingen in de begroting hebben betrekking op de totale kosten van de betrokken juridische verbintenissen aangegaan tot 31 december van het jaar n + 1.

Wanneer de globale vastlegging in de begroting leidt tot de toekenning van een prijs als bedoeld in titel IX, wordt de in artikel 207, lid 4, bedoelde juridische verbintenis uiterlijk op 31 december van het jaar n + 3 aangegaan.

Wanneer de globale vastlegging in de begroting op het gebied van extern optreden leidt tot een financieringsovereenkomst met een derde land, worden de financieringsovereenkomsten uiterlijk op 31 december van het jaar n + 1 gesloten. In dat geval dekt de globale vastlegging in de begroting de totale kosten van juridische verbintenissen ter uitvoering van de financieringsovereenkomst aangegaan binnen een periode van drie jaar na de datum van sluiting van de financieringsovereenkomst.

In de volgende gevallen dekt de globale vastlegging in de begroting evenwel de totale kosten van juridische verbintenissen aangegaan tot het einde van de periode van uitvoering van de financieringsovereenkomst:

a) multidonoracties;

b) blendingverrichtingen;

c) juridische verbintenissen die betrekking hebben op audit en evaluatie;

d) de volgende uitzonderlijke omstandigheden:

i) wijzigingen aan reeds aangegane juridische verbintenissen;

ii) juridische verbintenissen die moeten worden aangegaan na de vervroegde beëindiging van een bestaande juridische verbintenis;

iii) wijzigingen in de uitvoerende entiteit.

3. Lid 2, derde en vierde alinea, is niet van toepassing op de voor meerjarenprogramma’s die uit gesplitste vastleggingskredieten worden uitgevoerd:

a) het instrument voor pretoetredingssteun dat is vastgesteld bij Verordening (EU) nr. 231/2014 van het Europees Parlement en de Raad (41);

b) het Europees nabuurschapsinstrument dat is vastgesteld bij Verordening (EU) nr. 232/2014 van het Europees Parlement en de Raad (42).

In de in de eerste alinea bedoelde gevallen worden de kredieten automatisch door de Commissie vrijgemaakt overeenkomstig sectorspecifieke regelgeving.

4. Voor individuele en voorlopige vastleggingen in de begroting voor acties waarvan de tenuitvoerlegging zich over meer dan één begrotingsjaar uitstrekt, behalve wanneer het personeelskosten betreft, geldt een uiterste uitvoeringsdatum overeenkomstig de voorwaarden in de juridische verbintenissen waarop ze betrekking hebben en overeenkomstig het beginsel van goed financieel beheer.

5. De delen van vastleggingen in de begroting die zes maanden na de uiterste uitvoeringsdatum niet door betalingen zijn uitgevoerd, worden vrijgemaakt.

6. Het bedrag van een vastlegging in de begroting waarvoor binnen twee jaar, te rekenen vanaf het aangaan van de juridische verbintenis, geen enkele betaling in de zin van artikel 115 is verricht, wordt vrijgemaakt tenzij dat bedrag een zaak betreft waarvoor een procedure loopt bij het gerecht of een arbitrage-instantie, indien de juridische verbintenis een financieringsovereenkomst met een derde land is of indien specifieke bepalingen zijn vastgelegd in de sectorspecifieke regelgeving.

Vorige artikelen

Volgende artikelen